Soms verandert er in één weekend meer dan in de maanden ervoor. Dat was precies wat beleggers ervoeren toen de handelssessie van maandag 16 juni opende. Berichten over een principeakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran over het heropenen van de Straat van Hormuz zorgden voor een onmiddellijke opluchting op de markten. De TTF gasprijs daalde met meer dan negen procent naar 42,5 euro per megawattuur, terwijl Brent-olie bijna vijf procent verloor en zich stabiliseerde net boven 83 dollar per vat. Na maanden van geopolitieke spanning en historisch hoge energieprijzen liet de markt eindelijk wat stoom af.
De opluchting was echter geen onvoorwaardelijk startschot voor een nieuwe rally. Het akkoord wordt naar verwachting vrijdag formeel ondertekend in Zwitserland, maar kent nog aanzienlijke risico's, onder meer vanwege mogelijke tegenstand van Israël. Markten prijzen hoop in, niet zekerheid. En dat onderscheid werd snel duidelijk wanneer je keek naar hoe de verschillende activaklassen zich gedroegen in de loop van de week.
Goud en zilver onder druk
Wie verwachtte dat het Iran-akkoord een cadeau zou zijn voor edelmetalen, kwam bedrogen uit. Goud en zilver daalden juist fors, en de dynamiek erachter vertelt veel over de bredere marktomgeving. Goud noteert rond 4.165 dollar, wat neerkomt op een correctie van 25 procent ten opzichte van het all-time high van 5.589 dollar dat eind januari 2026 werd bereikt. Zilver deed het nog slechter. Na een korte opleving van 2,8 procent op het Iran-nieuws maandag, gaf het metaal alle winsten terug zodra de Fed zijn signalen voor een mogelijke renteverhoging afgaf.
De logica is eenvoudig maar pijnlijk voor edelmetaalbeleggers. Goud functioneert deels als een verzekering tegen monetaire onzekerheid en inflatie, maar stijgende reële rentes maken die verzekering duurder om aan te houden. De dollar steeg naar het hoogste niveau sinds mei 2025, en zilver noteerde zijn scherpste daling in weken voordat het een groot deel van het verlies terugverdiende. De combinatie van een sterkere dollar en een hawkish Fed drukt op beide metalen, ongeacht de geopolitieke ontspanning.
Voor zilver geldt daarbij een extra complicerende factor. Het metaal wordt gedreven door twee motoren tegelijk: de monetaire motor, die meebeweegt met rentes en de dollar, en een industriële motor vanuit vraag uit de zonne-energie en elektronica-industrie. Wanneer rentevrees de monetaire motor afremt, presteert zilver doorgaans slechter dan goud op de korte termijn, terwijl de industriële vraag ongeacht de Fed-beslissingen doorloopt. Het resultaat was een week waarin zilver tussen twee krachten werd uitgetrokken en uiteindelijk de verkeerde kant op bewoog.
De Fed zet een nieuwe toon
Woensdag 18 juni stond in het teken van een mijlpaal in Amerikaans monetair beleid. Kevin Warsh presideerde zijn eerste vergadering van de Federal Reserve als nieuwe voorzitter. De rente bleef ongewijzigd op een bandbreedte van 3,50 tot 3,75 procent, maar de boodschap achter het besluit was allesbehalve neutraal. De mediaanprognose van FOMC-leden voor de Federal Funds Rate einde 2026 werd bijgesteld naar 3,8 procent, omhoog van 3,4 procent in de maart-projecties, wat impliceert dat ten minste één renteverhoging dit jaar realistisch is.
Warsh koos voor een andere toon dan zijn voorganger. De post-vergaderverklaring werd herschreven: korter, eenvoudiger, en zonder de eerdere taal die een neiging tot versoepeling suggereerde. Tegelijk onthield Warsh zich van een eigen dot plot-projectie, wat beleggers in het ongewisse liet over zijn persoonlijke beleidsrichting. Een nieuwe voorzitter die zijn onafhankelijkheid wil markeren, doet dat door zorgvuldigheid te tonen, niet door grote beloftes.
De economische projecties waren onmiskenbaar hawkish. De inflatieverwachting voor 2026 werd opgetrokken naar 3,6 procent voor het headline cijfer en 3,3 procent voor core, een forse stijging ten opzichte van de prognose van 2,7 procent uit maart. De arbeidsmarkt houdt stand, de groei wordt licht bijgesteld maar blijft solide, en de energieschok van de voorbije maanden heeft zijn sporen nagelaten in de data. Markten zijn inmiddels verschoven van discussies over renteverlagingen naar de vraag of de Fed rente moet verhogen als inflatiedruk aanhoudt.
Aandelenmarkten: opluchting en verwarring
Op de aandelenmarkten was het beeld gemengd. Amerikaanse indices sloten de week hoger, gedragen door dalende energieprijzen en de hoop op geopolitieke ontspanning. De Dow Jones steeg donderdag met meer dan 300 punten, met sterke winsten in sectoren als industrie en consumptiegoederen. In Europa was het verhaal genuanceerder. Europese aandelenmarkten stonden donderdag lager, met de STOXX 600 die 0,7 procent inleverde, terwijl beleggers de Fed-beslissing, het Iran-akkoord en de uitkomst van de Bank of England-vergadering trachtten te verwerken. De Bank of England hield de rente op 3,75 procent, maar verwees daarbij naar de aanhoudende onzekerheid rond de economische impact van de energieschok.
In Europa verschoven ook de verwachtingen voor de ECB. Als gevolg van het Iran-akkoord en dalende energieprijzen verschoven de marktverwachtingen neerwaarts. Beleggers prijzen nu nog slechts één verdere renteverhoging in, wat de depositorente op 2,50 procent zou brengen. Twee weken na de eerste ECB-renteverhoging in jaren begint Europa de beleidsruimte al opnieuw te kalibreren.
Drie markten, drie verhalen
Wie de week als geheel overziet, ziet een markt die niet één kant op beweegt. Olie daalt op vredeshoop. Goud en zilver dalen op rentevrees. Aandelen stijgen op opluchting, maar Europese indices aarzelen. Obligatierendementen blijven hoog omdat de inflatie nog niet gewonnen is.
Dat zijn geen tegenstrijdige signalen. Het zijn vier markten die elk hun eigen prioriteit uitdrukken, en samen schetsen ze een omgeving die nog lang niet is uitgebalanceerd. Het Iran-akkoord is een stap, geen eindpunt. Warsh heeft zijn eerste zet gedaan, maar zijn koers staat nog niet vast. En inflatie die zakt omdat olie goedkoper wordt, is een andere inflatie dan inflatie die zakt omdat de economie afkoelt.
De markt ademt uit. Maar het is geen rust die verdiend is door opgeloste problemen. Het is de rust van een markt die even wacht op wat er daarna komt.



