Vorige week sloot de S&P 500 op een record. Deze week begon met het verlopen van het memorandum tussen Washington en Teheran, en daarna ging het snel. Brent liep van 88 naar boven de 92 dollar, de dertigjaarsrente raakte 5,34 procent en daarmee het hoogste niveau sinds 2002, en de index gaf zijn recordstand terug.
Het opvallende is waar de spanning zich ophoopte. Aandelen daalden, maar beheerst. De echte beweging zat in de lange rente, en die beweging was internationaal.
Een bestand dat afliep zonder opvolger
Het memorandum tussen de Verenigde Staten en Iran verliep maandag. President Trump sloot verlenging uit, Teheran kondigde nieuwe escalatie aan en beide partijen wezen verdere gesprekken af. In de nacht naar dinsdag werd een vrachtschip in de Straat van Hormuz door een projectiel geraakt. Drie aan China gelieerde supertankers keerden om.
De prijsreactie was navenant. Brent steeg vier dagen op rij naar ruim 92 dollar, ruim vier procent op weekbasis. Daarbij speelt mee dat de Amerikaanse strategische reserve inmiddels onder de 300 miljoen vaten is gezakt, het laagste niveau sinds januari 1983. De EIA rekent voor het derde kwartaal met een gemiddelde Brentprijs rond 85 dollar en gaat ervan uit dat het merendeel van de stilgelegde productie pas begin 2027 terugkeert.
Wat een halfjaar geleden nog als schok werd behandeld, wordt nu als uitgangspunt ingeprijsd. Dat is een wezenlijk verschil. Een schok kan wegtrekken, een uitgangspunt niet.
De obligatiemarkt betaalt de prijs
Hier zat de kern van de week. De dertigjaars Amerikaanse rente liep dinsdag op tot 5,335 procent, het hoogste sinds 2002. De twintigjaars bereikte een niveau van na 2006, de tienjaars kwam op 4,748 procent uit, het hoogste sinds 2007. Jim Reid van Deutsche Bank merkte op dat er geen enkele aanwijsbare aanleiding was. Beleggers prijsden simpelweg een langere sluiting van de Straat in, en daarmee een langere periode van hogere energieprijzen.
Woensdag greep het Amerikaanse ministerie van Financiën in. Bessent kondigde aan de opkoopoperaties voor langlopend staatspapier minstens te verdubbelen, van twee naar ten minste vier miljard dollar per operatie, ingaand op 9 september. De dertigjaars zakte negen basispunten, de dollar verloor bijna een procent en beleefde daarmee zijn slechtste dag sinds maart.
Donderdag stond de rente alweer op 5,23 procent. Analisten van JPMorgan wezen erop dat de maatregel niets doet aan de onderliggende oorzaken, namelijk het begrotingstekort en oplopende inflatieverwachtingen. Dat is de terechte conclusie. Een koper aan het lange eind verandert de kasstroom, niet de reden waarom beleggers een hogere vergoeding vragen.
Binnen de Fed groeit de steun voor een hogere rente
Woensdagmiddag publiceerde de Fed de notulen van de julivergadering. Die vergadering leverde een negen tegen drie stemming op, met Hammack, Kashkari en Logan die alle drie een verhoging van een kwart procentpunt wilden.
De notulen lieten zien dat die voorkeur breder leefde dan die drie stemmen. Meerdere deelnemers waren voorstander van verhogen in juli. Velen oordeelden dat een hogere rente waarschijnlijk nodig zou zijn als de inflatie niet zou dalen. Sommigen betwijfelden of het huidige renteniveau de economie voldoende afremt om de inflatie terug naar twee procent te brengen. Ook viel op dat verschillende deelnemers de doorwerking van importheffingen in de consumentenprijzen inmiddels als grotendeels voltooid beschouwen, terwijl anderen wezen op het bredere prijseffect van de investeringsgolf in kunstmatige intelligentie.
Daarnaast bracht voorzitter Warsh ter sprake om het aantal vergaderingen terug te brengen van acht naar zes per jaar, met als argument dat er tussen vergaderingen meer informatie kan worden verzameld. Er is niets besloten en de kalender voor 2026 blijft ongewijzigd. Toch is het tekenend. Een voorzitter die eerst de vooruitkijkende richtingaanwijzingen schrapte en nu ook het aantal beslismomenten ter discussie stelt, vergroot de afstand tussen de markt en de centrale bank verder.
De markt liet zich er weinig door verrassen. De kans op een verhoging in september zakte in de loop van de maand van 44 naar ongeveer 32 procent, vooral door de zwakke arbeidsmarkt en de meevallende inflatie. De notulen zijn per definitie terugkijkend, en de banencijfers over juli, waarin het aantal banen met 23.000 daalde en de cijfers over mei en juni samen met 103.000 neerwaarts werden herzien, kwamen pas daarna.
De consument koopt nog, maar alleen tegen de juiste prijs
Deze week rapporteerden de grote Amerikaanse winkelketens, twee handelsdagen na een detailhandelscijfer dat met 0,6 procent daalde en het consumentenvertrouwen van Michigan dat naar 51,0 zakte.
Het beeld was minder somber dan gevreesd. Home Depot opende dinsdag met een meevaller op zowel omzet als winst. Target en Lowe's volgden woensdag, Walmart donderdag. Walmart boekte de zwaktste omzetgroei in ruim zes jaar, grotendeels toe te schrijven aan de apotheekdivisie, maar sprak van een consumptiepatroon dat op peil blijft terwijl klanten scherper op prijs letten. Target en Home Depot schetsten hetzelfde beeld: de consument koopt nog steeds, mits het juiste product tegen de juiste prijs op de plank ligt.
Dat is geen instortende consument, maar ook geen sterke. Het is een consument die zich aanpast. In een economie waar de inflatie boven de drie procent blijft en de banengroei negatief is geworden, is dat precies het scenario waar centrale bankiers geen goed instrument voor hebben.
De markten lieten donderdag zien hoe die combinatie doorwerkt. Consumentengerelateerde sectoren gingen als eerste omlaag, energie deed het juist goed, en de tienjaarsrente kroop terug naar 4,70 procent.
Crypto veerde hard op
De opvallendste beweging van de week zat buiten de aandelenmarkt. Bitcoin noteerde woensdagochtend nog rond 64.700 dollar en tikte donderdag boven de 72.000 aan, de grootste dagwinst sinds maart. Ethereum steeg op donderdagochtend ruim zeventien procent ten opzichte van de opening een dag eerder.
Daar zaten drie dingen achter, en ze versterkten elkaar. De aankondiging van het opkoopprogramma drukte de lange rente en verzwakte de dollar, die naar het laagste niveau sinds eind mei zakte. Lagere rentes en een zwakkere dollar maken activa zonder rendement relatief aantrekkelijker, en dat geldt voor goud net zo goed als voor bitcoin. Daarnaast presenteerde de SEC woensdag een voorstel voor regelgeving waarmee cryptobedrijven kapitaal kunnen ophalen, en drong president Trump donderdag bij het Congres aan op behandeling van de Clarity Act, de wet die vastlegt of cryptovaluta als effect of als grondstof worden gereguleerd. Dat wetsvoorstel ligt stil in de Senaat en staat in september op de agenda voor een procedurele stemming. De instroom in Amerikaanse bitcoin-ETF's draaide mee, met 517 miljoen dollar netto op 19 augustus na een week van uitstroom.
Wat de beweging vergrootte, was de positionering. Beleggers die op een daling hadden ingezet moesten hun posities sluiten toen de koers doorbrak, wat de stijging versnelde. Dat is een technische versterking, geen fundamentele. Bitcoin staat nog altijd ruim onder het record van oktober 2025 en de doorslaggevende vraag is of de koers zich boven het uitbraakniveau weet te handhaven.
Voor wie het bredere plaatje volgt is dit vooral illustratief. Bitcoin bewoog deze week niet op eigen nieuws maar op de rente en de dollar, precies zoals goud dat deed. Goud liep in dezelfde sessie op naar 4.540 dollar per ounce. De correlatie met macro-economisch beleid is inmiddels sterker dan het verhaal van een onafhankelijke activaklasse suggereert.
Waar dit de markten laat
Deze week keerde de gebruikelijke volgorde om. Normaal beweegt de aandelenmarkt en volgt de rest. Nu bepaalden de olieprijs en de lange rente de richting, en verwerkten aandelen wat er overbleef.
Dat is een gezondere prijsvorming dan de zelfgenoegzaamheid van eerdere weken, maar het maakt de rekening ook zichtbaarder. Een dertigjaarsrente van 5,3 procent bij een verwachte winstgroei die grotendeels op investeringen in kunstmatige intelligentie rust, is een spanning die niet met een terugkoopprogramma wordt opgelost.
De agenda voor de komende weken is dicht bezet. Het symposium in Jackson Hole volgt binnenkort, met een toespraak van Warsh die zwaarder weegt dan gebruikelijk nu formele richtingaanwijzingen ontbreken. Op 26 augustus komen de PCE-cijfers, de tweede raming van het bruto binnenlands product over het tweede kwartaal en de cijfers van Nvidia op dezelfde dag samen. Daarna volgt de vergadering van 15 en 16 september.
Voor wie posities aanhoudt, is de relevante vraag deze week niet veranderd maar wel scherper geworden. Niet of de aandelenmarkt gelijk heeft, maar of een portefeuille bestand is tegen een lange rente die daar niet in meegaat. Discipline betekent nu vooral dat je de rekening meeneemt in je berekening, ook wanneer de index dat nog niet doet.




